Wisselende eerste signalen en veel afhakers
In schooljaar 2024-2025 zijn de eerste scholen gestart met de pilot onderwijstijd in het voortgezet onderwijs. Deze pilot is een gezamenlijk initiatief van het ministerie van OCW, de VO-raad en de onderwijsvakbonden (waaronder de FvOv). Scholen krijgen hiermee de ruimte om binnen het wettelijk kader de onderwijstijd anders in te richten. Het is de bedoeling om te onderzoeken of een vermindering van de onderwijstijd, waarbij de vrijgekomen tijd van leraren ingezet wordt voor meer tijd voor voor- en nawerk en voor ontwikkeltijd, leidt tot een betere leskwaliteit, minder werkdruk en een aantrekkelijker beroep.
De tussenrapportage
Op 12 december 2025 verscheen de tussenrapportage over de pilot onderwijstijd in het voortgezet onderwijs. Deze tussenrapportage geeft een eerste beeld van de plannen, processen en effecten van de pilot. De onderzoekers benadrukken dat de tussentijdse resultaten met grote terughoudendheid geïnterpreteerd moeten worden. De rapportage dient vooral als basis voor reflectie en verdere gesprekken.
Veel afhakers; matige deelname monitoringsonderzoek
Van de ongeveer 160 scholen die zich bij aanvang van de pilot aangemeld hebben, zijn er inmiddels ongeveer 60 (~38%) afgehaakt. De opgegeven redenen hiervoor zijn o.a. wisseling van bestuurder, de tijd die het scholen kost om de vragenlijsten in te vullen en het feit dat scholen ook onderwijstijd kunnen verminderen zonder deelname aan deze pilot. Bij het niet meedoen aan de pilot hoeft dan ook niet voldaan te worden aan de extra eisen van de pilot ten opzichte van de wettelijke eisen.
Van de overgebleven scholen hebben er 28 (~28%) meegedaan aan het monitoringsonderzoek: 14 uit de eerste fase (uitvoering gestart vorig schooljaar) en 14 uit de tweede fase (uitvoering gestart dit schooljaar). De onderzoekers rapporteren dat dit met name scholen zijn met havo- en vwo-klassen en gemiddeld lagere achterstandsscores
Voor de bonden is de monitoring van de pilot erg belangrijk en mede om die reden was meedoen aan de monitoringsonderzoeken een voorwaarde voor deelname aan de pilot. Deze zeer geringe en enigszins specifieke respons vinden we dan ook teleurstellend en maakt dat we het lastig vinden om de resultaten uit het onderzoek te duiden en daar conclusies aan te verbinden.
Wisselend beeld
Wat opvalt is dat de resultaten van scholen die vanaf de start deelnemen een ander beeld schetsen dat van scholen die later zijn ingestapt. Bij de scholen die al een jaar deelnemen, is het eerste voorzichtige beeld dat leraren minder werkdruk ervaren, meer werkplezier rapporteren en met meer plezier naar het werk gaan. Bij de scholen die pas dit jaar begonnen zijn is echter een tegenovergesteld beeld te zien: hogere werkdruk, minder werkplezier en minder motivatie om naar het werk te gaan ten opzichte van de nulmeting.
Het ziekteverzuim binnen de eerste fase groep lijkt gedaald te zijn in de periode april-juni 2025 ten opzichte van de nulmeting van september 2024-januari 2025. Deze cijfers zijn echter in lijn met landelijke verzuimcijfers, door de verschillende perioden waarin de meting plaatsvond. Een directe relatie met de pilot lijkt dus ook niet aanwezig te zijn. Bij de tweede fase wordt juist een groter verzuimcijfer gezien.
Wat ook opvalt is dat het aantal leraren (uit de eerste fase) die zowel binnen als buiten het onderwijs naar een andere baan gezocht heeft, toegenomen is.
Zorgen over kwetsbare leerlingen
Een ander belangrijk punt uit het monitoringsonderzoek is dat de onderzoekers signaleren dat de zorgen van leraren over kwetsbare leerlingen zijn toegenomen. Zij geven aan dat het daarom belangrijk is om verder te reflecteren op de effecten van de pilot in relatie tot kansengelijkheid. Omdat het om een tussenrapportage gaat, kunnen nog geen definitieve conclusies getrokken worden, maar de signalen zijn wel dusdanig duidelijk dat dit meegenomen gaat worden in het vervolgoverleg en de verdere uitwerking.
Uiteenlopende aanpakken
De tussenrapportage laat zien dat pilotscholen uiteenlopende aanpakken en werkwijzen kiezen: van verkorte lesuren en aangepaste lessentabellen tot vakoverstijgend onderwijs en meer maatwerk. De vrijgekomen tijd wordt vooral ingezet voor meer ontwikkel- en voorbereidingstijd voor leraren (dit was ook een eis voor deelname aan de pilot). Deelname aan de pilot wordt vaak geïnitieerd door de schoolleiding in nauwe samenwerking met leraren. Positief is dat scholen investeren in heldere communicatie en betrokkenheid, waarbij onder meer wetenschappelijke inzichten en ervaringen van andere scholen worden benut.
Vooruitblik naar 2026
De pilot loopt door tot en met schooljaar 2025-2026. Dan volgt een eindmeting, aangevuld met focusgroepen, die een vollediger beeld moeten geven.